Zomaar een zondag in Malakka

Zondagen in Christ Church, Malakka, waren druk bezet. In de ochtend was er eerst een gebroken communie-dienst in het Engels, dan een gezongen eucharistie, ook in het Engels. Dan volgde een communie-dienst in het Hokkien (een Chinees dialect) met gezongen, geleid door een Chinese priester. Deze laatste dienst was expres laat in de morgen, zodat mensen van buiten de stad niet al te vroeg op pad hoefden te gaan. Eens in de maand werd er vroeg in de middag een dienst in het Tamil gehouden, speciaal voor werkers op de plantages. Later s’middags waste wekelijkse kinderdienst en tenslotte vroeg in de avond volgde evensong.

Samen naar de kinderdienst

Wij gingen meestal samen naar de kinderdienst. Pim vertelde het verhaal van de zondag, waarna de zondagschoolhelpers, naar aanleiding daarvan, actief bezig gingen met de ongeveer veertig kinderen, in kleine groepjes. Zo zouden we ook deze zondag samen naar de kerk gaan, vijf minuten lopen van de pastorie vandaan.

Een cadeau van de buurman

We stonden al bij de voordeur, toen er overbuur het pad op kwam. We waren pas nog bij hem thuis geweest om hem en zijn familie de beste wensen te brengen ter ere van het Chinees Nieuwjaar. Hij droeg zowaar een levende, forse haan en een dito hen, samengebonden aan hun poten, hun kop naar beneden bungelend en gaf ze aan Pim. Hij gebaarde wat en zei: “for you”. Voor we iets konden zeggen, was hij alweer weg.

Ik schoot in de lach. Pim, in zijn lange witte toog, stond daar verbouwereerd met zijn die kippen…. Waar laten we ze zo gauw? Een schuur hadden we niet. Ineens wisten we het: de wasmand! We renden het huis weer in, naar de badkamer. De wasmand was groot genoeg om ze te herbergen. We frutselden het touw van de poten los, onder een kakelend protest en gauw de deksel erop. Even luisteren… Het werd stil. Toen wegwezen naar de kerk!

Een bus met kinderen

We moesten er zijn voor de bus met kinderen zou arriveren. De bus? Ja, de bus. Het kleine staatje Malakka had een Chinese minister van verkeer, die christen was. Pim had hem een keer verteld over de kinderen in het buitengebied, die hij zo graag bij de kinderdiensten wilde betrekken, maar dat het zo moeilijk was hen bij elkaar te krijgen. De minister kwam met het voorstel gratis een bus te laten rijden langs een paar locaties, waar de kinderen opgepikt konden worden. Eigenlijk was hij veel te groot voor het groepje kinderen, dat Pim in gedachte had, maar, wat we hoopten, gebeurde: er kwamen vriendjes mee.

Muisstil

De volle bus kwam net aanrijden en zo konden we de kwetterende, vrolijke groep naar binnen loodsen. Even een paar nieuwtjes aanhoren: er is een familie verhuisd, bij de één is iemand ziek, bij de ander is een broertje geboren.

Het was zaak zo gauw mogelijk te beginnen: zingen, veel zingen, bidden, bijbelverhaal, ze luisterden muisstil, want vertellen kon padre (opa)! Opsplitsen in groepjes, weer in de kerk verzamelen en zingen.

De bus, die ze weer thuis zou brengen, hoorde we aankomen. We konden deze keer een boekje meegeven met een eenvoudig geschreven bijbelvertelling. De meeste kinderen gingen naar school en we wisten uit ervaring, dat ze “leeshonger” hadden. Trots zouden ze hun ouders of wie ook, die geen onderwijs hadden gekregen, kunnen voorlezen. Vrolijk zwaaiend vertrokken ze.

Terug naar huis

Hoe zou het met echtpaar kip zijn? Ze waren stil. We lieten het maar zo voor de nacht. De tuinman, die het gras en de heg bijhield, was er al vroeg de volgende ochtend. Hij wist in no time een onderkomen in elkaar te knutselen.

Lang hebben we ze niet gehouden. Onze haan was nogal agressief. We gaven hem samen met zijn dame een vrij leven in een kampong. Wel vreesde we, dat ze gauw in de soep zouden verdwijnen, ook al was ons beloofd, dat dat niet zou gebeuren. Uit betrouwbare bron wisten we, dat ze een tijd lang een goed leven hebben geleid.

Waarom kregen we kippen?

We hebben ons wel afgevraagd, waarom onze overbuur ons de kippen gaf. Hem vragen, was geen optie. We vermoeden, dat het eigenlijk aan onzelf gelegen had. Het was Chinees nieuwjaar geweest. De gewoonte was om korte bezoekjes af te leggen aan parochianen en de buren, die je regelmatig tegen kwam. Dit jaar hadden we besloten, dat de kinderen mee mochten. Ik denk dat ze ongeveer zes en vier waren.

Vol bewondering

De kinderen vonden het prachtig. Vooral de glazen kastjes, waar snuisterijen in stonden, hadden hun aandacht. Bijna in elk huis stond er één. Ze vlogen er op af en gingen op hun knietjes ervoor zitten om alles te bekijken. De gastvrouw of de gastheer haalde dan meestal wel voor elk een kleinigheidje eruit. Dat was natuurlijk niet de bedoeling.

Een enkele keer werden ze mee naar achter genomen om iets bijzonders te zien. Waarschijnlijk hebben ze vol bewondering voor een kippenhok gestaan.

We besloten al gauw ons kroost naar huis te brengen en met ons tweeën verder te gaan, niet vermoedend, dat onze overbuur een verassing voor ons in petto had.

2 Comments

  1. Nico & Marry 7 maart 2020 at 14:46

    Weer een geweldig verhaal van je Oma onze complimenten

    1. Lisanne 7 maart 2020 at 15:05

      Zelf geniet ik ook altijd van haar verhalen.

Leave a Reply